1000 woorden

Lees elke dag minstens 1.000 woorden. En voor je het weet, lees je meer. Want lezen is een verslaving die we wel aanraden!

Vandaag je 1.000 woorden nog niet gelezen. Geen paniek: met dit kortverhaal kom je vandaag aan jouw doel. Veel plezier!

De eerste keer

‘Zenuwachtig?’ vroeg ze.

Ik knikte.

Ja, mijn eerste keer was ik zenuwachtig. Doodnerveus om precies te zijn. Ik zou liever mijn hoofd in de muil van een leeuw hebben gestoken dan op dat moment daar te moeten zijn.

Dat was niet helemaal waar. Om eerlijk te zijn, wilde ik dit al lang. Ontzettend lang. Zowat iedereen die ik kende had het al gedaan. Ze schepten erover op op school. ‘Hoe oud was jij je eerste keer?’ En elke keer dat daarop geantwoord werd, leek de leeftijd af te nemen. Maar niet die van mij. Daar kwam elke dag weer wat bij. Ik dacht dat het nooit voor mij zou weggelegd zijn. Dat gelukzalige moment waarover ze spraken, dat hoogtepunt op het einde, de roes achteraf – hoewel ik ook al van iemand had gehoord dat het een heus fiasco kon worden, hij had me aangeraden op voorhand zeker geen alcohol te drinken, zenuwachtig of niet.

Annelies was lang van mening geweest dat ik er nog niet klaar voor was. Dat ik nog even moest wachten en dat zij me zou laten weten wanneer de tijd rijp was. Ze had me op een avond verteld hoe veel jongeren er veel te vroeg aan willen beginnen. Nee, dan beter nog even wachten, zei ze. En dan glimlachte ze en raakte ze even mijn schouder aan.

Nu glimlachte ze niet. Haar gezicht stond ernstig.

‘Ontspan je maar’, zei ze. ‘Je zal het heus wel goed doen.’

Veel helpen deed het niet. Zenuwen zijn vreemde dingen. Wie ze onder controle krijgt, kan alles aan, wie erdoor getiranniseerd wordt, niets. Of toch weinig. Op school was ik nooit zenuwachtig. Een spreekbeurt? Geen probleem. Iemand nodig die het voor de klas komt uitleggen? Hier is uw man. Een mondeling examen? Het was net de leraar die bang moest zijn om niet onder tafel gepraat te worden. Maar die examens waren niet zoals dit. Hier konden woorden me niet helpen. Ze had niet graag dat ik praatte. Het leidde me te veel af en haar ook.

‘Martha is laat’, zei ze terwijl ze naar haar horloge tuurde. ‘Dat is niet haar gewoonte.’

Ik keek rond, maar zag niemand aankomen. Oh ja, had ik dat al verteld? Voor mijn eerste keer had Annelies aan Martha, die ze al jaren kende, gevraagd om erbij te zijn. Ze zei dat ze het niet alleen mocht doen, dat het zo hoorde. Ik geloofde haar. Maar ik geloofde dan ook werkelijk alles wat ze zei. Ze had me zonder moeite kunnen aanpraten dat Copernicus eigenlijk maar een praatjesverkoper was geweest en dat in werkelijkheid de zon rond de aarde draaide.

Ik keek op van mijn overpeinzingen en zag dat Martha intussen aangekomen was. Annelies stond op en gaf haar een dikke kus op haar wang. Ze babbelden zachtjes met elkaar en af en toe hoorde ik mijn naam vallen. Vreemd hoe je soms niets van een conversatie kunt verstaan, maar toch je eigen naam kunt horen. Het zou wel bij het inherente narcisme van de mens horen.

Martha leek me best een aangename persoon en heel even voelde ik me op mijn gemak. Heel even voelde ik mijn oude zelfzekerheid opkomen. Het gevoel dat niemand mij wat in de weg kan leggen. Heel even maar.

‘Zullen we?’

Twee woorden. Die de kracht hadden om mijn hart als een razende aan het werk te zetten om zoveel mogelijk bloed naar alle delen van mijn lichaam te pompen. Twee woorden die als loodgieters de kraan hadden opengezet. Ze waren niet dreigend uitgespuwd noch spottend gezegd. Gewoon een eenvoudige vraag, een uitnodiging die ik in dank zou moeten aannemen omdat het nu eindelijk mijn beurt was. Ik nam ze ook aan, maar niet in dank.

Eerst ging ik met Martha mee. Annelies bleef achter, maar beloofde me dat ze ons snel zou vervoegen. Ik vermoedde dat Martha mij wat op gang zou brengen. En ik had gelijk.

We waren nog geen twee minuten alleen of we waren vertrokken. Mijn nervositeit bleef zich onderhuids roeren, maar ik had ze min of meer onder controle. Dit kende ik, ik had het met Annelies al vaak geoefend. Mijn handen bewogen haast automatisch. Martha bleef er kalm bij en knikte goedkeurend. Ze merkte dat haar aanwijzingen niet echt nodig waren, dat ik zelf wel wist waar ik zijn moest en dat beviel haar. Na een tijdje zei Martha dat het voldoende was geweest.

Toen Annelies er opnieuw bij kwam zitten, was het gedaan met filosoferen. Dit was mijn moment. Mijn eerste keer. Ik haalde diep adem en probeerde me te ontspannen. Het lukte niet. Nu zou het gaan gebeuren. Nu zou ik ontdekken waar al het gedoe om draaide. Ik raakte opgewonden. Martha en Annelies kwamen dicht bij me. Ik keek beiden even aan en ze knikten me bemoedigend toe.

Wat er dan gebeurde was haast onbeschrijfelijk. Ik voelde me voor even heer en meester en de twee dames waren mijn slaafse dienaressen. Ik had het gevoel dat ik met hen kon doen wat ik wilde, hun lot lag in mijn handen. Ik nam hen mee op een tocht die ze nooit meer zouden vergeten. Ik deed hen gillen en kreunen. Om het luidst schreeuwden ze mijn naam. Hun ogen sperden zich wijd open, van opperste genot, vermoedde ik.

Na tien minuten – of was het langer, ik had geen flauw benul van tijd op dat moment – zei Martha dat ik moest stoppen. Ik wilde gerust nog even doorgaan, maar blijkbaar was het voor de dames genoeg geweest.

Ik keek naar Annelies. Ze had een vreemde blik in haar ogen, het leek wel of ze geschrokken was. Had ik iets niet goed gedaan? Het was toch goed gegaan, niet? Ik draaide me naar Martha. Die schudde haar hoofd. Ze nam haar spullen bijeen en wandelde weg. Ze had niets meer gezegd. Maar dat hoefde eigenlijk ook niet. Het gezicht van Annelies sprak boekdelen. Ik wist het.

Mijn eerste rijexamen en ik was gebuisd.

Roekeloos gedrag, luidde het verdict.